Rokjesdag, Martin Bril Memorial Day
april 23, 2009
Door op 11:28

Hij mocht het dit jaar nog meemaken, de eerste dag van het vroege voorjaar dat de meisjes naar de blauwe lucht kijken, hun vinger natmaken, buitensteken en voelen: het is een mooie dag voor een rokje en blote benen – of zoals mijn oude conrector handenwrijvend verzuchtte: ‘Zo, het is weer weer voor weinig textiel.’ Hij kon er altijd prachtig over schrijven; niet de conrector natuurlijk, maar hij. Zoals hij over alles prachtig kon schrijven. Hij kon je ogen openen, je hersens kraken, je mond in een glimlach of grijns trekken, je een rilling over je rug bezorgen. Maar me aan het huilen maken, dat kon hij niet. Dat lukte hem pas met een bericht óver hem, in de Volkskrant van vandaag.

Eén keer ontmoette ik hem. Of eigenlijk twee keer, op dezelfde dag. Kersvers student journalistiek was ik, en ik had het in mijn botte hoofd gehaald om voor een schoolopdracht – het reconstrueren van een interview uit een blad – de geïnterviewde Rijk de Gooyer en zijn interviewer, hem dus, te gaan interviewen over een interview in Esquire. Niet voor een kleintje vervaard dook ik in dit voorinternetse tijdperk in archieven, telefoonboeken en geheime adressenboekjes en vond uiteindelijk het privénummer van tv-bruut De Gooyer. Die zei zonder pardon heel vriendelijk ja op mijn nerveuze verzoek. De interviewer kreeg ik na tig pogingen ook te pakken en die zei: ‘Als De Gooyer meedoet, doe ik het ook.’

De_gooyer_en_ik

Het was niet bepaald rokjesdag toen ik aan het einde van 1990 naar Amsterdam toog om beide heren te vangen. In een dikke trui gehuld schoof ik ’s ochtends in café-restaurant Luxembourg aan het Leidseplein aan aan het tafeltje waar hij de krant zat te lezen. Ik had van tevoren alles over en van hem gelezen wat er te lezen was, maar was zo onder de indruk van zijn bohemiene verschijning dat mijn hersens blubber werden. Gaf niks, hij ratelde aan één stuk door, in zijn aangename, diepe, een tikje rasperige stem (althans: zo zit die in mijn herinnering; het bandje is allang gewist) en vertelde openhartig hoe zijn verhaal met Rijk tot stand was gekomen. Meer dan een tikkeltje arrogant was hij; voor zijn collega-interviewers had hij geen goed woord over. Bibeb: ‘de allerergste die er is’, Van Dis: ‘kouwe kak’, Frenk v.d. Linden: ‘braverik’, Gert Berg: ‘weerzinwekkend slecht’. Maar om eerlijk te zijn maakte hem dat alleen maar spannender, deze sexy, intelligente vent die ik in mijn verslag ‘halve penose’ en ‘ontzettend ingenomen met zichzelf’ noemde. En een praatjesmaker, dat was ie ook. Want De Gooyer nuanceerde een aantal van zijn uitspraken in het gesprek dat ik in de namiddag met hem had in het – toen nog – Golden Tulip Barbizon Palace vlakbij het centraal station, net voor Bril weer aanschoof om nog even samen op de foto te gaan. Desondanks noemde de acteur de schrijver ‘heel betrouwbaar’, omdat die zijn geheimpjes niet had verklapt in het artikel en omdat hij er zeker voor zou zorgen dat ie er ‘geen alledaags lulverhaal’ van zou maken.

De charmante kunstenaar die de werkelijkheid naar zijn hand zette. En die er heel bewust voor koos na zijn wilde periode, aan het eind waarvan ik hem sprak, ‘de gewone man’ te worden. Maar hoe hij daar ook zijn best voor deed, hij was heel bijzonder en dat las je altijd dwars door al die alledaagsheid in zijn prachtige stukjes heen.

Martin Bril is niet meer. De kunstenaar is overwonnen door de grote K. Het enige echte begin van de lente, rokjesdag, kan nooit meer zo bijzonder zijn als het was toen hij er nog over schreef. Sterker: misschien wordt het wel nooit meer lente als hij er niet meer over schrijft. Tenzij…

Ik stel voor de grote schrijver Martin Bril, zijn levendigheid en zijn ‘diepgang aan de oppervlakte’ te herdenken op de eerste dag van het jaar dat het zonnetje hard genoeg schijnt voor rokjes en blote benen. Een speciale dag voor hemzelf, ieder jaar op een andere datum, dat had hij vast leuk gevonden.

Bril_en_de_gooyer

Foto’s: Wouter Sap

Een antwoord op Rokjesdag, Martin Bril Memorial Day

  1. Er komt ook weer ‘n dag dat er minder wordt gesproken over Martin. Dat wil niet zeggen dat hij ooit uit mijn gedachten zal zijn. Minder betekent ook meer en alweer dat je over Martin spreekt en denkt. Mijn bijzondere held. De man die alles kon benoemen op zijn eigen speciale manier.
    Dank zij Martin kijk ik anders naar die alledaagse dingen zoals een kastanjetak.
    Knap hoor, je hebt dat slim gedaan.
    Gelukkig kan niemand jou dit nadoen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>