Auteur Archief: mswoord

Beste bezoekers

Update op 25-1-2012

Web streepje log heeft het nodig gevonden te veranderen in weblog zonder streepje. Daarvoor zijn al onze weblogs verhuisd. Nou ja, verhuisd, kwijtgemaakt, een maandje of twee, drie. En toen ik het mijne terugvond, bleken er nog maar zes berichten op te staan. Van de honderden, met nog wel meer foto’s.

Inmiddels, weer wat weekjes verder, staan - voor zover ik kan nagaan - alle berichten er weer op. Met een heleboel omzettingsfouten, in een oerlelijke opmaak, met gebroken links en met een berg foto’s die nog steeds kwijt zijn in de weblogcyperspace. Wordt aan gewerkt, zeggen ze. Wat een geduld vragen ze van ons…

In ieder geval: ik heb voorlopig even geen energie mijn blog bij te werken, te updaten, weer mooi te maken. Ook omdat ik voor de derde of vierde keer een nieuw contentmanagementsysteem onder de knie moet krijgen  Dat heb je als je bij de voorlopers hoort, dan krijg je vernieuwing na vernieuwing om je oren; eigen schuld, dikke bult.

Nu ja, ik wil nog wel, maar nu even niet. Later. Even geduld a.u.b.!

 

oktober 26, 2011
By on 18:47
Wilders naar Helmond…
Wilders gaat naar Helmond om de slachtoffers van het Marokkaanse straattuig te ondersteunen. Slachtoffer zijn is niet grappig, tuig dat terroriseert ook niet, maar verder is dit wel een hilarisch bericht.
Ik ben opgegroeid in die bewuste stad toen al dat zogenaamde Marokkaanse tuig er nog helemaal niet was, en mocht als klein kind toch echt niet alleen op straat vanwege de oerblanke bendes die indertijd de wijk terroriseerden. Geen grapje, bendes, echt verschrikkelijk. En een wijk verder waren het de Molukkers, die door Nederlanders niet bepaald netjes behandeld zijn, en die, in goed Brabants, in de jaren zeventig flink de beer reden. In de limonadedisco en later ook de heuse disco in dezelfde stad waren het altijd weer de kampers die hun zin tegen de regels in doordreven – zij mochten met 10 jaar binnen, wij met 12 of zo – en die altijd ruzie maakten, compleet met schietgerei.
In de tijd van mijn vader, die na de oorlog opgroeide in Helliemond, waren er weer andere groepen die de burger angst aanjoegen. Hij hoorde er vast zelf bij, met z'n vetkuif, z'n Florett en z'n prikmes. En toen ik zelf puber was, hoorde ook zijn dochter erbij, bij de groepen waarvoor oudjes en brave lui bang waren – meest wit, beetje Indisch erbij. Maar vooral gewoon jongens en meisjes met de ziel onder hun arm rondhingen in een troosteloze stad vol werklozen.
Dat is iedereen al vergeten, vrees, en toen deed ook niemand er wat aan. Maar nu het Marokkanen zijn, moslims voor een deel, ja, nu moet er ineens een redder komen. Zo profileert hij zich graag, zeker in een volkse stad waar nog flink zieltjes te winnen zijn. 
Ik erger me kapot dat bijna niemand dat ziet, dat de 'Marokkanen' (moet je hun Helmonds eens horen!) gewoon de opgesschoten jeugd van nu zijn. En dat ze zich waarschijnlijk alleen maar afzetten omdat ze reden hebben zich te verdedigen tegen de bedreiging van hun zijn, van hun identiteit, door de dommigheid van mensen die blijkbaar denken dat ze daarmee ons land beter maken.
Onzin! Zorg dat die jongens een fatsoenlijke toekomst hebben, dan gaan ze een vak leren of studeren, net als ik, en worden die knullen de verstandige mensen van over twintig jaar die de boel, net als ik nu, proberen te sussen, voor de vlam door toenemende polarisatie en populisme echt in de pan slaat.
augustus 9, 2011
By on 17:20
Wilders naar Helmond…
Wilders gaat naar Helmond om de slachtoffers van het Marokkaanse straattuig te ondersteunen. Slachtoffer zijn is niet grappig, tuig dat terroriseert ook niet, maar verder is dit wel een hilarisch bericht.
Ik ben opgegroeid in die bewuste stad toen al dat zogenaamde Marokkaanse tuig er nog helemaal niet was, en mocht als klein kind toch echt niet alleen op straat vanwege de oerblanke bendes die indertijd de wijk terroriseerden. Geen grapje, bendes, echt verschrikkelijk. En een wijk verder waren het de Molukkers, die door Nederlanders niet bepaald netjes behandeld zijn, en die, in goed Brabants, in de jaren zeventig flink de beer reden. In de limonadedisco en later ook de heuse disco in dezelfde stad waren het altijd weer de kampers die hun zin tegen de regels in doordreven – zij mochten met 10 jaar binnen, wij met 12 of zo – en die altijd ruzie maakten, compleet met schietgerei.
In de tijd van mijn vader, die na de oorlog opgroeide in Helliemond, waren er weer andere groepen die de burger angst aanjoegen. Hij hoorde er vast zelf bij, met z'n vetkuif, z'n Florett en z'n prikmes. En toen ik zelf puber was, hoorde ook zijn dochter erbij, bij de groepen waarvoor oudjes en brave lui bang waren – meest wit, beetje Indisch erbij. Maar vooral gewoon jongens en meisjes met de ziel onder hun arm rondhingen in een troosteloze stad vol werklozen.
Dat is iedereen al vergeten, vrees, en toen deed ook niemand er wat aan. Maar nu het Marokkanen zijn, moslims voor een deel, ja, nu moet er ineens een redder komen. Zo profileert hij zich graag, zeker in een volkse stad waar nog flink zieltjes te winnen zijn. 
Ik erger me kapot dat bijna niemand dat ziet, dat de 'Marokkanen' (moet je hun Helmonds eens horen!) gewoon de opgesschoten jeugd van nu zijn. En dat ze zich waarschijnlijk alleen maar afzetten omdat ze reden hebben zich te verdedigen tegen de bedreiging van hun zijn, van hun identiteit, door de dommigheid van mensen die blijkbaar denken dat ze daarmee ons land beter maken.
Onzin! Zorg dat die jongens een fatsoenlijke toekomst hebben, dan gaan ze een vak leren of studeren, net als ik, en worden die knullen de verstandige mensen van over twintig jaar die de boel, net als ik nu, proberen te sussen, voor de vlam door toenemende polarisatie en populisme echt in de pan slaat.

By on 16:20
Omdat ik niet genoeg heb aan oneliners: Oerol-verslag

Een luxe Oerol hebben we dit jaar: omdat ik een achterafartikel schrijf voor Theater! hoef ik niet over alle voorstellingen die ik zie een stukje te prutsen. Dat betekent dat we echt de rust kunnen pakken om van locatie naar locatie te gaan, om rustig na te praten, om een hapje te eten op z’n tijd. Dat is heerlijk, goed voor de verdieping ook. Maar diep in mij wringt het. Al die lieve jongens en meisjes die mooie voorstellingen maken, verdienen het dat ik aandacht aan ze besteedt. Niet in een zinnetje tussen neus en lippen, niet een oneliner van max 140 tekens op Twitter (wat ik ook doe: @cursiefjes), maar gewoon, een mooi respectvol stukje, zoals ik ze gewend ben te maken.

Eline Kuppens en Benjamin Op de Beeck – Bonnie en Clyde

Tarantinoiaans kinderspel

Oerol2011_Bonny-Clyde_fotoMoonSaris_9144 Oerol2011_Bonny-Clyde_fotoRenedenEngelsman_0007 Oerol2011_Bonny-Clyde_fotoRenedenEngelsman_0078

We kennen Bonnie en Clyde als onverschrokken misdadigers die, kort maar heftig, een spoor van geweld door het Amerika van de jaren dertig trokken, eigenlijk vooral omdat ze elkaar wilden imponeren. Hadden zij toen al bestaan, dan hadden ze karakters kunnen zijn uit een film van regisseurs als Quentin Tarantino (Pulp Fiction, Reservoir Dogs) of Oliver Stone (Natural Born Killers – Bonnie en Clyde anno jaren negentig), die er ook wel van houden zinloos geweld neer te zetten als een vermakelijke hobby.

Atelier Oerol-makers Eline Kuppens en Benjamin Op de Beeck maken het nog een graadje kolderieker dan de Amerikaanse regisseurs. Ze spelen Bonnie en Clyde als was het vadertje en moedertje; puberaal kinderspel dus, maar wel steeds met een luguber crimineel ondertoontje. Hoewel, luguber? Of is het toch echt vooral speels met de suggestie van crimineel? Die lucifer waarmee Bonnie haar auto in de fik wil zetten, waait niet toevallig uit (al staat er een straf windje). De vangst van zijn eerste roof voor haar is niet per ongeluk een rolletje pepermunt. De attributen die ze gebruiken bij hun huwelijk zijn niet voor niets eenvoudige plastic zakjes en bloemetjes van een stukje gras op de parkeerplaats. ‘Papa’ is niet zomaar een enorme stellage van fietsonderdelen en het bloed dat vloeit als ze uiteindelijk het loodje leggen vast met opzet kleurstof die ook uitwaaiert over het publiek. Die gekke twists en zeker ook het geweldige getimede, goed op elkaar ingespeelde spel van de makers maken deze versie van Bonnie en Clyde bijzonder grappig en geslaagd.

 

De Nieuw Amsterdam – Oedipus in Egypte

Interessante les Griekse mythologie

Oerol2011_DNA_OidipusinEgypte_fotoMoonSaris_9025 Oerol2011_DNA_OidipusinEgypte_fotoRenedenEngelsman_9991 Oerol2011_DNA_OidipusinEgypte_fotoMoonSaris_9057

Zeg Oedipus en iedereen denkt: da’s die gek die z’n vader heeft vermoord en met z’n moeder heeft geslapen. Maar als je het echte verhaal hebt leren kennen, zoals De Nieuw Amsterdam dat op Oerol laat zien, dan weet je dat deze samenvatting op z’n best de intro is van een artikel in een roddelblad dat het niet zo nauw neemt met de werkelijkheid. Want technisch gesproken is die eerste zin precies wat er gebeurde, maar Oedipus wist in beide gevallen niet dat het om zijn ouders ging en dus is het hem niet bepaald aan te wrijven.

Regisseur Sabri Saad El Hamus kiest ervoor het verhaal te vertellen vanaf het moment dat Oedipus koning is van Thebe, zijn land van de ondergang probeert te redden en de ontknoping van deze thriller met dader-die-zelf-ook-nog-van-niets-weet voor de deur staat. Langzaam maar zeker wordt Oedipus, en daarmee het publiek, duidelijk hoe de kwestie in elkaar steekt; de voorspelling dat hij z’n vader zal doden, hoe hij als kind vermoord had moeten worden maar wordt opgenomen door een herder, hoe hij via via terechtkomt waar hij nu is en hoe hij onderweg min of meer uit zelfverdediging iemand heeft vermoord die later zijn vader blijkt te zijn en daarna zonder een flauw idee getrouwd is en kinderen gemaakt heeft met de vrouw die hem baarde.

El Hamus gebruikt een live gespeelde mix van westerse en Arabische muziek ter ondersteuning van de gebeurtenissen en werkt met water en vuur om het drama kracht bij te zetten – maar gek genoeg eigenlijk alleen op het eind. De Elvisplak, de weilanden, de duinen erachter en zelfs de tribune gebruikt hij als speelvlak en ‘aan- en afvoerroute’ voor de verschillende personages en het koor(tje). Dat is mooi, maar op een gegeven moment krijg je wel genoeg van de beweging in de diepte. Vooral van die getormenteerde Koning Oedipus, die onhandig lopend op zijn gezwollen voeten van achter naar voor over de wei beent in een poging het volgende probleem op te komen lossen; en weer terug van voor naar achter als anderen aan het woord zijn. Gelukkig maakt het boeiende, heldere, overtuigende spel van titelrolspeler Steve Hooi veel goed; op sommige andere acteurs zit je iets minder te wachten (de herder die de oplossing van deze whodunnit komt brengen, dreunt z’n tekst rechttoe rechtaan op), maar wellicht spelen ook de kou en wind op de open vlakte daar een rol in.

Een heldere verwoording van een complex drama, dat is deze Oedipus in Egypte zeker. Maar qua enscenering en dramaturgie moest er misschien na deze première nog wat gesleuteld worden, want groots opgezet locatietheater moet natuurlijk meer zijn dan een interessante les Griekse mythologie.  

Karina Kroft – Hiroshima mon Amour

Klein maar meeslepend

 Oerol2011_KarinaKroft_HiroshimamonAmour_fotoRenedenEngelsman_9910 Oerol2011_KarinaKroft_HiroshimamonAmour_fotoRenedenEngelsman_9924 Oerol2011_KarinaKroft_HiroshimamonAmour_fotoRenedenEngelsman_9937

 
Karina Kroft is een echte Oerol-naam. Ze raakte het publiek al geregeld met gevoelige, voornamelijk dramatische voorstellingen. De laatste die wij – twee jaar geleden op het Geitenpark – van haar zagen, was de Shakespeare-komedie Midsummer Night’s dream. Niet echt een geslaagd project in onze ogen, al haalde ze iedere avond open doekjes; blijkbaar vonden veel mensen het een feestje, en ja, het was best lollig, en ze maakte mooi gebruik van de locatie, zeker, maar het had de diepgang van een vaatdoek en was warrig geregisseerd. Nee, dan haar Ifigineia van enkele jaren eerder, een moderne interpretatie van een Grieks stuk, waarin ze een duinkom vol mensen liet meeleven met haar protagonist, die door haar vader wordt geofferd voor een zuchtje wind. Zo platgetreden, zo vaak bewerkt en toch origineel, groots en meeslepend gedaan.

Dit keer koos ze voor klein – maar niet minder meeslepend. Nou ja, een grote vloer, namelijk in de manege van Hoorn, maar met bijna niets erop dan wat emmers. En met een cast van een, maar wat voor een: de prachtactrice Johanna ter Steege, die niet bepaald dagelijks op de theatervloer te zien is omdat ze vooral bekend is van (internationale) films. Niet meer de jongste, maar nog altijd prettig jeugdig van uitstraling en dat komt haar goed van pas bij Krofts interpretatie van Hiroshima mon Amour, waar een getrouwde vrouw een minnaar vertelt over de liefde die ze aan het einde van de oorlog verloor – en goddomme al begon te vergeten toen hij nog niet koud was.

De monoloog van een uur, met stukjes gespeelde dialoog, bouwt langzaam op. Van een afstandje in het begin, zowel in vertelstijl als in intonatie, maar steeds een beetje dichter op de huid, steeds een beetje dieper in de ziel. En met een uitbarsting op het bijna-eind die weinig mensen op de tribune koud laat. Vooral veel vrouwen verlaten de manege met tranen in de ogen, maar ook mannen die weten wat het is om een grote liefde te hebben en misschien zelfs te verliezen, voelen de pijn van deze schitterende vrouw die er niet aan kan doen dat ze stukje bij beetje vergeet hoe hij voelde.

 

Danielle Wagenaar|Het Syndicaat – Wilde wilde wereld

In dit bengeltje schuilt een engeltje

Oerol2011_Syndicaat_WildeWildeWereld_fotoRenedenEngelsman_9683 Oerol2011_Syndicaat_WildeWildeWereld_fotoRenedenEngelsman_9789 Oerol2011_Syndicaat_WildeWildeWereld_fotoRenedenEngelsman_9793
 

Thomas is een ettertje, een veel te dik ettertje bovendien. De juf kan niks met hem, koopt hem af met chips om hem te sussen. Op een dag moet hij voor straf tegen de muur gaan zitten en als hij net de hele school heeft proberen om te schoppen, komt er een gek wezen voorbij. Thomas grijpt z’n kans en gaat op avontuur, het publiek achter zich aan slepend en enthousiast vertellend over z'n bevindingen. Hij blijkt helemaal niet zo'n ettertje, maar gewoon een eenzame jongen die snakt naar vriendjes om zijn fantasieën mee te delen. In dit bengeltje schuilt een engeltje.

Maatje-34 Eva Zwart is met dikmaakpak, pruik en pet geloofwaardig getransformeerd tot een schooljongetje; een beetje cliché gekleed, maar het werkt goed. Haar nieuwe vriendjes leven zich totaal uit in hun absurdistische rollen als natuurwezens die nog nooit een mens hebben ontmoet; ze dollen dat het een aard heeft – o o, wat houden wij toch van Manon Nieuweboer, vooral omdat zij zichtbaar veel houdt van wat ze doet en zelden minder geeft dan hart en ziel. Uiteindelijk ontaardt het misschien in wat al te veel en al te langdurige chaos, maar we zagen een vroege uitvoering en vertrouwen erop dat het afsluitende deel nog verscherpt wordt tijdens het spelen.

Fijne voorstelling van regisseuse Danielle Wagenaar, waar naast het Oerol-publiek dat jong van geest is ook alle basisschoolkinderen van Terschelling mogen genieten deze week.

 

Toneelgroep Oostpool i.s.m. Boogaerdt en Van der Schoot – Tweede natuur

Bespiegelend vergrootglas

Oerol2011_Oostpool_Tweedenatuur_fotoRenedenEngelsman_9597 Oerol2011_Oostpool_Tweedenatuur_fotoRenedenEngelsman_9639 Oerol2011_Oostpool_Tweedenatuur_fotoRenedenEngelsman_9642 

Boogaerdt en Van der Schoot zijn bekende namen op Oerol. Ze maakten een paar geleden veel indruk met Tsjechov bij de bushalte, een mimebewerking van De Drie Zusters, waarin hun komisch talent optimaal uit de verf kwam. Opvolger Dans je de hele nacht met mij was aardig, maar bleef ietsje te veel steken in platheid. Toneelgroep Oostpool stond vorig jaar in de ET10 met hoogdravend theatermakerstheater, dat vooral waardering wegdroeg onder, tja, theatermakers en niet zo onder het gewone publiek. Niet echt een festivaltheatergroep, dat Oostpool, tamelijk abstract en intellectueel.

Maar… we waren wel heel benieuwd naar de samenwerking, want met een beetje mazzel zouden een en een drie zijn omdat ze hun sterkste punten konden samenvoegen tot iets beters dan ze op zichzelf zouden kunnen maken. En verdomd, dat is ze prachtig gelukt. Met Bianca van der Schoot naast Erik Whien op de regisseursstoel en een van de beste ‘lijfactrices’ van ons land, Suzan Boogaerdt, naast de topacteurs van Oostpool op de vloer zetten ze het bespiegelende vergrootglas op het hulpeloze onvermogen van de mens.

Tweede natuur staat om te beginnen werkelijk schitterend, aan de westzijde van het Duinmeertje, waarbij honderden meters bos- en duinvloer, bomen en ook het water erg mooi worden gebruikt. Het geluidsdecor, dat voornamelijk bestaat uit stilte en verder uit voornamelijk instrumentalen uit het brede spectrum van de muziek, is mede-sfeerbepalend en soms ronduit grappig.

Qua spel zien we vooral mensen die al dan niet met elkaar interacteren, zelden makkelijk of comfortabel, meest zoekend en onhandig. De afzonderlijke scènes kunnen worden bekeken als afzonderlijke scènes, maar wie wil, kan er een verhaallijn in ontdekken die ruime mogelijkheden voor interpretatie openlaat. De mijne: de mens wordt op de wereld geschopt door een natuurwezen, moet zichzelf zien te redden en tot de ander zien te verhouden, probeert dat uit alle macht maar wordt er maar moeilijk goed in. Door zijn geklungel en onvermogen ontstaat mislukking die leidt tot chaos. Die chaos wordt een tijdlang gecontroleerd door de nieuwe hogere macht, de kerk. Maar ook dat bevredigt slechts een tijdje en dus zoekt de mens redding door van zijn wereld een pretpark te maken waarin blablagoeroes hooguit tijdelijk slagen in zingeving. De mens en zijn wereld gaan uiteindelijk aan hun eigen pret ten onder.

 

Tjon Rockon – Free Mason

Over de dode niets dan slechts

Oerol2011_TjonRockon_FreeMason_fotoRenedenEngelsman_9462 Oerol2011_TjonRockon_FreeMason_fotoRenedenEngelsman_9498 Oerol2011_TjonRockon_FreeMason_fotoRenedenEngelsman_9535

Over de doden niets dan goeds, is het credo. Dat leidt bij begrafenissen en crematies soms tot tragikomische situaties, doordat een overledene wordt neergezet als een heilig boontje dat niets dan goeds heeft gedaan in zijn leven – terwijl vele aanwezigen wel beter weten.

Met dat ritueel maakt Tjon Rockon korte metten. Hij nodigt ons uit voor iets wat lijkt op een traditionele Surinaamse begrafenis, met klaagliederen en heftige emoties, in de ruimte onder Heartbreak Hotel. Maar als we eenmaal verzameld zijn om de kist, blijkt het geenszins een doorsnee afscheid te zijn.  Sterker, het schopt alle heilige huisjes rondom omver en doorbreekt een stevige reeks maatschappelijke taboes.

De kinderen Mason hebben verdriet om hun pa, zeker. Maar dat verdriet heeft veel meer te maken met zijn leven dan met zijn dood, zo blijkt als ze een voor een hun hart uitstorten. Ze maken ons stukje bij beetje duidelijk wat hun vader voor ze heeft betekend – en dat is niet veel soeps. Pa was, zo begrijpen wij al snel, geen lieverdje; zelfs al zijn de heftige grafredes soms wat cryptisch. Hij zoop als een maleier, kon z'n handen niet thuishouden en had alleen een open mind ten opzichte van zijn kinderen als het hem goed uitkwam. Het moet toch pijnlijk zijn voor de geest van de vader, die nog even een kijkje komt nemen, dat zijn kinderen op deze dag de man bewenen die hij had moeten zijn maar nooit echt is geweest.

 

Alle foto's: copyright Theaterinbeeld.nl, Moon Saris en René den Engelsman. Gebruik zonder toestemming expliciet verboden.

juni 21, 2011
By on 21:38
Omdat ik niet genoeg heb aan oneliners: Oerol-verslag

Een luxe Oerol hebben we dit jaar: omdat ik een achterafartikel schrijf voor Theater! hoef ik niet over alle voorstellingen die ik zie een stukje te prutsen. Dat betekent dat we echt de rust kunnen pakken om van locatie naar locatie te gaan, om rustig na te praten, om een hapje te eten op z’n tijd. Dat is heerlijk, goed voor de verdieping ook. Maar diep in mij wringt het. Al die lieve jongens en meisjes die mooie voorstellingen maken, verdienen het dat ik aandacht aan ze besteedt. Niet in een zinnetje tussen neus en lippen, niet een oneliner van max 140 tekens op Twitter (wat ik ook doe: @cursiefjes), maar gewoon, een mooi respectvol stukje, zoals ik ze gewend ben te maken.

Eline Kuppens en Benjamin Op de Beeck – Bonnie en Clyde

Tarantinoiaans kinderspel

Oerol2011_Bonny-Clyde_fotoMoonSaris_9144 Oerol2011_Bonny-Clyde_fotoRenedenEngelsman_0007 Oerol2011_Bonny-Clyde_fotoRenedenEngelsman_0078

We kennen Bonnie en Clyde als onverschrokken misdadigers die, kort maar heftig, een spoor van geweld door het Amerika van de jaren dertig trokken, eigenlijk vooral omdat ze elkaar wilden imponeren. Hadden zij toen al bestaan, dan hadden ze karakters kunnen zijn uit een film van regisseurs als Quentin Tarantino (Pulp Fiction, Reservoir Dogs) of Oliver Stone (Natural Born Killers – Bonnie en Clyde anno jaren negentig), die er ook wel van houden zinloos geweld neer te zetten als een vermakelijke hobby.

Atelier Oerol-makers Eline Kuppens en Benjamin Op de Beeck maken het nog een graadje kolderieker dan de Amerikaanse regisseurs. Ze spelen Bonnie en Clyde als was het vadertje en moedertje; puberaal kinderspel dus, maar wel steeds met een luguber crimineel ondertoontje. Hoewel, luguber? Of is het toch echt vooral speels met de suggestie van crimineel? Die lucifer waarmee Bonnie haar auto in de fik wil zetten, waait niet toevallig uit (al staat er een straf windje). De vangst van zijn eerste roof voor haar is niet per ongeluk een rolletje pepermunt. De attributen die ze gebruiken bij hun huwelijk zijn niet voor niets eenvoudige plastic zakjes en bloemetjes van een stukje gras op de parkeerplaats. ‘Papa’ is niet zomaar een enorme stellage van fietsonderdelen en het bloed dat vloeit als ze uiteindelijk het loodje leggen vast met opzet kleurstof die ook uitwaaiert over het publiek. Die gekke twists en zeker ook het geweldige getimede, goed op elkaar ingespeelde spel van de makers maken deze versie van Bonnie en Clyde bijzonder grappig en geslaagd.

 

De Nieuw Amsterdam – Oedipus in Egypte

Interessante les Griekse mythologie

Oerol2011_DNA_OidipusinEgypte_fotoMoonSaris_9025 Oerol2011_DNA_OidipusinEgypte_fotoRenedenEngelsman_9991 Oerol2011_DNA_OidipusinEgypte_fotoMoonSaris_9057

Zeg Oedipus en iedereen denkt: da’s die gek die z’n vader heeft vermoord en met z’n moeder heeft geslapen. Maar als je het echte verhaal hebt leren kennen, zoals De Nieuw Amsterdam dat op Oerol laat zien, dan weet je dat deze samenvatting op z’n best de intro is van een artikel in een roddelblad dat het niet zo nauw neemt met de werkelijkheid. Want technisch gesproken is die eerste zin precies wat er gebeurde, maar Oedipus wist in beide gevallen niet dat het om zijn ouders ging en dus is het hem niet bepaald aan te wrijven.

Regisseur Sabri Saad El Hamus kiest ervoor het verhaal te vertellen vanaf het moment dat Oedipus koning is van Thebe, zijn land van de ondergang probeert te redden en de ontknoping van deze thriller met dader-die-zelf-ook-nog-van-niets-weet voor de deur staat. Langzaam maar zeker wordt Oedipus, en daarmee het publiek, duidelijk hoe de kwestie in elkaar steekt; de voorspelling dat hij z’n vader zal doden, hoe hij als kind vermoord had moeten worden maar wordt opgenomen door een herder, hoe hij via via terechtkomt waar hij nu is en hoe hij onderweg min of meer uit zelfverdediging iemand heeft vermoord die later zijn vader blijkt te zijn en daarna zonder een flauw idee getrouwd is en kinderen gemaakt heeft met de vrouw die hem baarde.

El Hamus gebruikt een live gespeelde mix van westerse en Arabische muziek ter ondersteuning van de gebeurtenissen en werkt met water en vuur om het drama kracht bij te zetten – maar gek genoeg eigenlijk alleen op het eind. De Elvisplak, de weilanden, de duinen erachter en zelfs de tribune gebruikt hij als speelvlak en ‘aan- en afvoerroute’ voor de verschillende personages en het koor(tje). Dat is mooi, maar op een gegeven moment krijg je wel genoeg van de beweging in de diepte. Vooral van die getormenteerde Koning Oedipus, die onhandig lopend op zijn gezwollen voeten van achter naar voor over de wei beent in een poging het volgende probleem op te komen lossen; en weer terug van voor naar achter als anderen aan het woord zijn. Gelukkig maakt het boeiende, heldere, overtuigende spel van titelrolspeler Steve Hooi veel goed; op sommige andere acteurs zit je iets minder te wachten (de herder die de oplossing van deze whodunnit komt brengen, dreunt z’n tekst rechttoe rechtaan op), maar wellicht spelen ook de kou en wind op de open vlakte daar een rol in.

Een heldere verwoording van een complex drama, dat is deze Oedipus in Egypte zeker. Maar qua enscenering en dramaturgie moest er misschien na deze première nog wat gesleuteld worden, want groots opgezet locatietheater moet natuurlijk meer zijn dan een interessante les Griekse mythologie.  

Karina Kroft – Hiroshima mon Amour

Klein maar meeslepend

 Oerol2011_KarinaKroft_HiroshimamonAmour_fotoRenedenEngelsman_9910 Oerol2011_KarinaKroft_HiroshimamonAmour_fotoRenedenEngelsman_9924 Oerol2011_KarinaKroft_HiroshimamonAmour_fotoRenedenEngelsman_9937

 
Karina Kroft is een echte Oerol-naam. Ze raakte het publiek al geregeld met gevoelige, voornamelijk dramatische voorstellingen. De laatste die wij – twee jaar geleden op het Geitenpark – van haar zagen, was de Shakespeare-komedie Midsummer Night’s dream. Niet echt een geslaagd project in onze ogen, al haalde ze iedere avond open doekjes; blijkbaar vonden veel mensen het een feestje, en ja, het was best lollig, en ze maakte mooi gebruik van de locatie, zeker, maar het had de diepgang van een vaatdoek en was warrig geregisseerd. Nee, dan haar Ifigineia van enkele jaren eerder, een moderne interpretatie van een Grieks stuk, waarin ze een duinkom vol mensen liet meeleven met haar protagonist, die door haar vader wordt geofferd voor een zuchtje wind. Zo platgetreden, zo vaak bewerkt en toch origineel, groots en meeslepend gedaan.

Dit keer koos ze voor klein – maar niet minder meeslepend. Nou ja, een grote vloer, namelijk in de manege van Hoorn, maar met bijna niets erop dan wat emmers. En met een cast van een, maar wat voor een: de prachtactrice Johanna ter Steege, die niet bepaald dagelijks op de theatervloer te zien is omdat ze vooral bekend is van (internationale) films. Niet meer de jongste, maar nog altijd prettig jeugdig van uitstraling en dat komt haar goed van pas bij Krofts interpretatie van Hiroshima mon Amour, waar een getrouwde vrouw een minnaar vertelt over de liefde die ze aan het einde van de oorlog verloor – en goddomme al begon te vergeten toen hij nog niet koud was.

De monoloog van een uur, met stukjes gespeelde dialoog, bouwt langzaam op. Van een afstandje in het begin, zowel in vertelstijl als in intonatie, maar steeds een beetje dichter op de huid, steeds een beetje dieper in de ziel. En met een uitbarsting op het bijna-eind die weinig mensen op de tribune koud laat. Vooral veel vrouwen verlaten de manege met tranen in de ogen, maar ook mannen die weten wat het is om een grote liefde te hebben en misschien zelfs te verliezen, voelen de pijn van deze schitterende vrouw die er niet aan kan doen dat ze stukje bij beetje vergeet hoe hij voelde.

 

Danielle Wagenaar|Het Syndicaat – Wilde wilde wereld

In dit bengeltje schuilt een engeltje

Oerol2011_Syndicaat_WildeWildeWereld_fotoRenedenEngelsman_9683 Oerol2011_Syndicaat_WildeWildeWereld_fotoRenedenEngelsman_9789 Oerol2011_Syndicaat_WildeWildeWereld_fotoRenedenEngelsman_9793
 

Thomas is een ettertje, een veel te dik ettertje bovendien. De juf kan niks met hem, koopt hem af met chips om hem te sussen. Op een dag moet hij voor straf tegen de muur gaan zitten en als hij net de hele school heeft proberen om te schoppen, komt er een gek wezen voorbij. Thomas grijpt z’n kans en gaat op avontuur, het publiek achter zich aan slepend en enthousiast vertellend over z'n bevindingen. Hij blijkt helemaal niet zo'n ettertje, maar gewoon een eenzame jongen die snakt naar vriendjes om zijn fantasieën mee te delen. In dit bengeltje schuilt een engeltje.

Maatje-34 Eva Zwart is met dikmaakpak, pruik en pet geloofwaardig getransformeerd tot een schooljongetje; een beetje cliché gekleed, maar het werkt goed. Haar nieuwe vriendjes leven zich totaal uit in hun absurdistische rollen als natuurwezens die nog nooit een mens hebben ontmoet; ze dollen dat het een aard heeft – o o, wat houden wij toch van Manon Nieuweboer, vooral omdat zij zichtbaar veel houdt van wat ze doet en zelden minder geeft dan hart en ziel. Uiteindelijk ontaardt het misschien in wat al te veel en al te langdurige chaos, maar we zagen een vroege uitvoering en vertrouwen erop dat het afsluitende deel nog verscherpt wordt tijdens het spelen.

Fijne voorstelling van regisseuse Danielle Wagenaar, waar naast het Oerol-publiek dat jong van geest is ook alle basisschoolkinderen van Terschelling mogen genieten deze week.

 

Toneelgroep Oostpool i.s.m. Boogaerdt en Van der Schoot – Tweede natuur

Bespiegelend vergrootglas

Oerol2011_Oostpool_Tweedenatuur_fotoRenedenEngelsman_9597 Oerol2011_Oostpool_Tweedenatuur_fotoRenedenEngelsman_9639 Oerol2011_Oostpool_Tweedenatuur_fotoRenedenEngelsman_9642 

Boogaerdt en Van der Schoot zijn bekende namen op Oerol. Ze maakten een paar geleden veel indruk met Tsjechov bij de bushalte, een mimebewerking van De Drie Zusters, waarin hun komisch talent optimaal uit de verf kwam. Opvolger Dans je de hele nacht met mij was aardig, maar bleef ietsje te veel steken in platheid. Toneelgroep Oostpool stond vorig jaar in de ET10 met hoogdravend theatermakerstheater, dat vooral waardering wegdroeg onder, tja, theatermakers en niet zo onder het gewone publiek. Niet echt een festivaltheatergroep, dat Oostpool, tamelijk abstract en intellectueel.

Maar… we waren wel heel benieuwd naar de samenwerking, want met een beetje mazzel zouden een en een drie zijn omdat ze hun sterkste punten konden samenvoegen tot iets beters dan ze op zichzelf zouden kunnen maken. En verdomd, dat is ze prachtig gelukt. Met Bianca van der Schoot naast Erik Whien op de regisseursstoel en een van de beste ‘lijfactrices’ van ons land, Suzan Boogaerdt, naast de topacteurs van Oostpool op de vloer zetten ze het bespiegelende vergrootglas op het hulpeloze onvermogen van de mens.

Tweede natuur staat om te beginnen werkelijk schitterend, aan de westzijde van het Duinmeertje, waarbij honderden meters bos- en duinvloer, bomen en ook het water erg mooi worden gebruikt. Het geluidsdecor, dat voornamelijk bestaat uit stilte en verder uit voornamelijk instrumentalen uit het brede spectrum van de muziek, is mede-sfeerbepalend en soms ronduit grappig.

Qua spel zien we vooral mensen die al dan niet met elkaar interacteren, zelden makkelijk of comfortabel, meest zoekend en onhandig. De afzonderlijke scènes kunnen worden bekeken als afzonderlijke scènes, maar wie wil, kan er een verhaallijn in ontdekken die ruime mogelijkheden voor interpretatie openlaat. De mijne: de mens wordt op de wereld geschopt door een natuurwezen, moet zichzelf zien te redden en tot de ander zien te verhouden, probeert dat uit alle macht maar wordt er maar moeilijk goed in. Door zijn geklungel en onvermogen ontstaat mislukking die leidt tot chaos. Die chaos wordt een tijdlang gecontroleerd door de nieuwe hogere macht, de kerk. Maar ook dat bevredigt slechts een tijdje en dus zoekt de mens redding door van zijn wereld een pretpark te maken waarin blablagoeroes hooguit tijdelijk slagen in zingeving. De mens en zijn wereld gaan uiteindelijk aan hun eigen pret ten onder.

 

Tjon Rockon – Free Mason

Over de dode niets dan slechts

Oerol2011_TjonRockon_FreeMason_fotoRenedenEngelsman_9462 Oerol2011_TjonRockon_FreeMason_fotoRenedenEngelsman_9498 Oerol2011_TjonRockon_FreeMason_fotoRenedenEngelsman_9535

Over de doden niets dan goeds, is het credo. Dat leidt bij begrafenissen en crematies soms tot tragikomische situaties, doordat een overledene wordt neergezet als een heilig boontje dat niets dan goeds heeft gedaan in zijn leven – terwijl vele aanwezigen wel beter weten.

Met dat ritueel maakt Tjon Rockon korte metten. Hij nodigt ons uit voor iets wat lijkt op een traditionele Surinaamse begrafenis, met klaagliederen en heftige emoties, in de ruimte onder Heartbreak Hotel. Maar als we eenmaal verzameld zijn om de kist, blijkt het geenszins een doorsnee afscheid te zijn.  Sterker, het schopt alle heilige huisjes rondom omver en doorbreekt een stevige reeks maatschappelijke taboes.

De kinderen Mason hebben verdriet om hun pa, zeker. Maar dat verdriet heeft veel meer te maken met zijn leven dan met zijn dood, zo blijkt als ze een voor een hun hart uitstorten. Ze maken ons stukje bij beetje duidelijk wat hun vader voor ze heeft betekend – en dat is niet veel soeps. Pa was, zo begrijpen wij al snel, geen lieverdje; zelfs al zijn de heftige grafredes soms wat cryptisch. Hij zoop als een maleier, kon z'n handen niet thuishouden en had alleen een open mind ten opzichte van zijn kinderen als het hem goed uitkwam. Het moet toch pijnlijk zijn voor de geest van de vader, die nog even een kijkje komt nemen, dat zijn kinderen op deze dag de man bewenen die hij had moeten zijn maar nooit echt is geweest.

 

Alle foto's: copyright Theaterinbeeld.nl, Moon Saris en René den Engelsman. Gebruik zonder toestemming expliciet verboden.


By on 20:38
Eiland, gonzend van verwachting – en strijdlust

Het festival is nog niet begonnen, maar het hangt al wel in de lucht, dat voel je, dat merk je, dat zie je. De week voor Oerol is de prettigste periode om op Terschelling te zijn, vinden wij altijd, want dan is het hier ‘het eiland van de verwachting’. Zwanger van alle moois dat komen gaat, qua voorstellingen op spannende plekken, qua aangenaam nadenkende sfeer, qua niet-alledaagse ontmoetingen. Je ziet het groeien, het kindje, doordat speelplekken vorm krijgen, bordjes op komen hangen en steeds meer Oerol-volk voet op Terschelling zet.

Oerol_fotoRenedenEngelsman_P1020245 Oerol_fotoMoonSaris_8512
 
Als je het zou omschrijven binnen het thema van Oerol 2011, het geluid van een eiland, zou je zeggen dat het gonst. Iedere dag een beetje harder tot aan de uitbarsting, de bevalling, de opening op vrijdag.

De voorpret begint vaak al op het veer. De kans is namelijk groot dat je daar, dwars door de bootlading vol ‘gewone’ eilandbezoekers, de eerste sprankjes festivalsfeer tegemoet komen, bijvoorbeeld in een plukje andere vroege Oerol-vogels of een theatermaker die de oversteek maakt op weg naar zijn project.

Dit keer leek dat tegen te gaan vallen. Door de late voorjaarsfeestdagen was onze vaste vertrekvrijdag namelijk op de dag voor het Pinksterweekend. De bevolking was dan ook weinig theatraal, voornamelijk grijze duiven in rood-, wit- en/of blauwe jassen en doorsnee gezinnetjes. In hun eigen coconnetjes kijken zij vaak niet verder dan hun neus lang is en zijn ze bepaald geen ‘goed-gesprek-material’.

Op het dek, begeleid door een verrassend warm zonnetje, kozen we het ruime sop, net als een van de vele gesloten clubjes aanwezig. Met rechts van ons twee jonge gezinnen en een opa en oma die weinig belangrijkers te doen hadden dan te bespreken hoe lastig het maandag zal zijn rond etenstijd de borden vol te krijgen op de drukke middagboot terug naar het vasteland. En links van ons grijze duiven met een iPod, die duidelijk niks liever deden dan alle lol van de overtocht aan zich voorbij te laten gaan. Niks verwachting, niks gonzen. Heen en terug. Klaar.

Maar daar verscheen de hoop. Een man die zich onderscheidde van de massa, met z’n worker en werkschoenen, z’n zongebruinde leren kop en zijn relaxte, aangename uitstraling. Net naast ons, op de plek van de man van de gezinnetjes die even koffie is halen, ging hij zitten, later gevolgd door een jongedame. Zonder te willen luistervinken, overhoorden we dat ze praatten over portofoons, shovels, opbouwen en van die dingen meer. Een maker, als we het niet dachten!

Oerol_fotoMoonSaris_8521-k Voor we het wisten, waren we in een begeesterd gesprek beland. Over zijn project ‘Aan de lijn doen’, dat de komende dagen op het strand bij Paal 8 gestalte zal krijgen. Over de grote, niet in geld uit te drukken waarde van kunst en hoe we allebei merken dat zelfs mensen die het niet van thuis uit meekrijgen ontzettend kunnen genieten van het maken en ervaren van muziek, beeldende kunst, dans en theater: laat ze kennismaken en ze willen nooit meer zonder. En over de bedreiging van de openheid en vrijheid in ons land door de asociale korting op de niet-commerciële gezelschappen en initiatieven, de werkplaatsen, de productiehuizen; de bakermatten van bijna alle kunst waar ons land wereldwijde roem mee heeft verworven. De makers van het werk dat niet alleen vermaakt, dat niet alleen een leuke avond bezorgt, maar dat verrast, verbaast en verwondert, dat diep raakt, spiegelt, verontrust, aan de kaak stelt, aan het denken zet. Aan werk dat weken, maanden, jaren later nog resoneert in je hoofd, in je hart, in de maatschappij. Over hoe erg het is dat het gebeurt en zeker ook hoe erg het is dat wij, kunstenaars en kunstliefhebbers, dat blijkbaar niet kunnen uitleggen aan de mensen die ondoordachte besluiten nemen die ook nog jaren zullen resoneren, maar dan in zeer negatieve zin.

Het eiland waar we landden, gonst. Nog steeds is er de verwachting van het festival. Maar daarachter, daaronder, daarboven, daarnaast, daartussendoor klinkt, steeds luider, een ander geluid: een bibberig toontje dat bol staat van de angst. Angst voor wat komen gaat op grotere schaal. Want precies een week voor de start van Oerol 2011 werd bekend dat de kunst, ondanks alle sterke tegenargumenten, over niet al te lange tijd jaarlijks 200 miljoen op de begroting kwijtraakt.

Laten we hopen dat die angst niet verlamt, maar dat ie stimuleert, activeert. Zodat we dat toontje van angst het zwijgen kunnen opleggen en het hier over enkele dagen weer keihard gonst. Niet alleen van de verwachting van het festival, maar ook van de strijdlust tegen de barbaren in Den Haag. Want al dit fijns, al dit belangrijks, al dit wezenlijks, dat laten we ons verdomme niet afpakken!

 

Foto's: Opbouw Westerkeyn, Aan de Lijn doen (Rob van den Broek en collega's) en het bordje dat wijst naar de Parkeerplaats bij Paal 8 – alle foto's copyright Theaterinbeeld.nl

juni 13, 2011
By on 19:24
Eiland, gonzend van verwachting – en strijdlust

Het festival is nog niet begonnen, maar het hangt al wel in de lucht, dat voel je, dat merk je, dat zie je. De week voor Oerol is de prettigste periode om op Terschelling te zijn, vinden wij altijd, want dan is het hier ‘het eiland van de verwachting’. Zwanger van alle moois dat komen gaat, qua voorstellingen op spannende plekken, qua aangenaam nadenkende sfeer, qua niet-alledaagse ontmoetingen. Je ziet het groeien, het kindje, doordat speelplekken vorm krijgen, bordjes op komen hangen en steeds meer Oerol-volk voet op Terschelling zet.

Oerol_fotoRenedenEngelsman_P1020245 Oerol_fotoMoonSaris_8512
 
Als je het zou omschrijven binnen het thema van Oerol 2011, het geluid van een eiland, zou je zeggen dat het gonst. Iedere dag een beetje harder tot aan de uitbarsting, de bevalling, de opening op vrijdag.

De voorpret begint vaak al op het veer. De kans is namelijk groot dat je daar, dwars door de bootlading vol ‘gewone’ eilandbezoekers, de eerste sprankjes festivalsfeer tegemoet komen, bijvoorbeeld in een plukje andere vroege Oerol-vogels of een theatermaker die de oversteek maakt op weg naar zijn project.

Dit keer leek dat tegen te gaan vallen. Door de late voorjaarsfeestdagen was onze vaste vertrekvrijdag namelijk op de dag voor het Pinksterweekend. De bevolking was dan ook weinig theatraal, voornamelijk grijze duiven in rood-, wit- en/of blauwe jassen en doorsnee gezinnetjes. In hun eigen coconnetjes kijken zij vaak niet verder dan hun neus lang is en zijn ze bepaald geen ‘goed-gesprek-material’.

Op het dek, begeleid door een verrassend warm zonnetje, kozen we het ruime sop, net als een van de vele gesloten clubjes aanwezig. Met rechts van ons twee jonge gezinnen en een opa en oma die weinig belangrijkers te doen hadden dan te bespreken hoe lastig het maandag zal zijn rond etenstijd de borden vol te krijgen op de drukke middagboot terug naar het vasteland. En links van ons grijze duiven met een iPod, die duidelijk niks liever deden dan alle lol van de overtocht aan zich voorbij te laten gaan. Niks verwachting, niks gonzen. Heen en terug. Klaar.

Maar daar verscheen de hoop. Een man die zich onderscheidde van de massa, met z’n worker en werkschoenen, z’n zongebruinde leren kop en zijn relaxte, aangename uitstraling. Net naast ons, op de plek van de man van de gezinnetjes die even koffie is halen, ging hij zitten, later gevolgd door een jongedame. Zonder te willen luistervinken, overhoorden we dat ze praatten over portofoons, shovels, opbouwen en van die dingen meer. Een maker, als we het niet dachten!

Oerol_fotoMoonSaris_8521-k Voor we het wisten, waren we in een begeesterd gesprek beland. Over zijn project ‘Aan de lijn doen’, dat de komende dagen op het strand bij Paal 8 gestalte zal krijgen. Over de grote, niet in geld uit te drukken waarde van kunst en hoe we allebei merken dat zelfs mensen die het niet van thuis uit meekrijgen ontzettend kunnen genieten van het maken en ervaren van muziek, beeldende kunst, dans en theater: laat ze kennismaken en ze willen nooit meer zonder. En over de bedreiging van de openheid en vrijheid in ons land door de asociale korting op de niet-commerciële gezelschappen en initiatieven, de werkplaatsen, de productiehuizen; de bakermatten van bijna alle kunst waar ons land wereldwijde roem mee heeft verworven. De makers van het werk dat niet alleen vermaakt, dat niet alleen een leuke avond bezorgt, maar dat verrast, verbaast en verwondert, dat diep raakt, spiegelt, verontrust, aan de kaak stelt, aan het denken zet. Aan werk dat weken, maanden, jaren later nog resoneert in je hoofd, in je hart, in de maatschappij. Over hoe erg het is dat het gebeurt en zeker ook hoe erg het is dat wij, kunstenaars en kunstliefhebbers, dat blijkbaar niet kunnen uitleggen aan de mensen die ondoordachte besluiten nemen die ook nog jaren zullen resoneren, maar dan in zeer negatieve zin.

Het eiland waar we landden, gonst. Nog steeds is er de verwachting van het festival. Maar daarachter, daaronder, daarboven, daarnaast, daartussendoor klinkt, steeds luider, een ander geluid: een bibberig toontje dat bol staat van de angst. Angst voor wat komen gaat op grotere schaal. Want precies een week voor de start van Oerol 2011 werd bekend dat de kunst, ondanks alle sterke tegenargumenten, over niet al te lange tijd jaarlijks 200 miljoen op de begroting kwijtraakt.

Laten we hopen dat die angst niet verlamt, maar dat ie stimuleert, activeert. Zodat we dat toontje van angst het zwijgen kunnen opleggen en het hier over enkele dagen weer keihard gonst. Niet alleen van de verwachting van het festival, maar ook van de strijdlust tegen de barbaren in Den Haag. Want al dit fijns, al dit belangrijks, al dit wezenlijks, dat laten we ons verdomme niet afpakken!

 

Foto's: Opbouw Westerkeyn, Aan de Lijn doen (Rob van den Broek en collega's) en het bordje dat wijst naar de Parkeerplaats bij Paal 8 – alle foto's copyright Theaterinbeeld.nl


By on 18:24
Ilay den Boer kantelt de wereld weer

Een jaar of zeven, acht is ze, het meisje dat antwoordt op Ilay den Boers vraag ‘Zou jij gaan?’ Het is midden in de voorstelling ‘Zoek het lekker zelf uit’ en tussen de gezellig klets en kinderspelletjes door heeft Ilay het verhaal verteld van zijn opa. Die is als jongetje met zijn ouders van Duitsland naar Israël gevlucht, gaf als jongvolwassene een tijdlang les in Frankrijk en ging op verzoek van zijn ouders terug naar de – inmiddels – staat Israël om die te verdedigen tegen weer een nieuwe bedreiging van de Joden. ‘Als hij niet zou gaan, was het misschien voor niks wat hij die kindjes allemaal leerde over dat land, de taal enzo.’ Bam.

De grote mensen in het publiek zijn ontzettend betrokken bij wat Ilay ze allemaal voorschotelt en ze schromen niet om op al zijn vragen antwoord te geven. Wie is je held, ben je wel eens uitgescholden; geen punt. Maar op deze enorme gewetensvraag – moet een pacifist gaan vechten voor de goede zaak? – blijven ze met een ‘weet niet’ het antwoord schuldig. Alleen dat kleine meisje, dat durft over deze heikele kwestie een mening te hebben en pakt zo maar even de kern van de overweging beet.

#l-HuisvanBourgondie_Zoekhetlekkerzelfuit_fotoMoonSaris_6779 #l-HuisvanBourgondie_Zoekhetlekkerzelfuit_fotoMoonSaris_7019

En toch vragen volwassenen zich af of ‘Zoek het lekker zelf uit’ wel geschikt is voor kinderen. Het Joods-Palestijnse conflict, jongens, dat gaat kindjes toch echt boven hun kop. Ja, misschien, maar de belevenissen van een opa en een kleinzoon die over hem vertelt gaat dat niet. En de kinderen hoeven heus niet alles te begrijpen; ze hoeven niet te weten wat een woord als ‘gruwelen’ betekent om te beseffen dat hier, vandaag, in deze voorstelling vooral van ze wordt gevraagd altijd zelf na te blijven denken. Om niet alleen van binnen naar buiten, maar ook van buiten naar binnen te kijken. Wat er ook gebeurt, hoe betrokken je er ook bij bent, hoe overweldigd je ook bent door emoties.

#s-HuisvanBourgondie_Zoekhetlekkerzelfuit_fotoMoonSaris_6867 #s-HuisvanBourgondie_Zoekhetlekkerzelfuit_fotoMoonSaris_6903 #s-HuisvanBourgondie_Zoekhetlekkerzelfuit_fotoMoonSaris_6915 

Want dat is typisch Ilay den Boer: hij sleept je als een ware volksmenner mee in zijn misschien wel gevaarlijk gedachtepatroon. Hij hitst je op, stuurt je als een groot dirigent een bepaalde kant op, overtuigt je van zijn gelijk, maakt dat je gelooft dat wat hij vertelt de waarheid en niets dan de waarheid is. En draait dan de boel faliekant om. Want hij wil je helemaal niet overtuigen van een bepaalde mening, hij wil je helemaal niet een bepaalde kant op duwen. Hij wil juist dat je iets van alle kanten bekijkt. Dat hij zegt: ‘In Het Beloofde Feest belicht ik de kwestie vanuit alle perspectieven’ betekent niet dat je alle zes delen moet hebben gezien om verschillende perspectieven te hebben gezien. Ieder deel op zich is een uitnodiging zo naar de wereld te kijken. Want een opa kan een held zijn in de ogen van de commandant omdat ie een granaat in een tank gooide, in de ogen van Israël omdat hij honderden kinderen hielp met hun oorlogstrauma’s en in de ogen van zijn kleinzoon omdat hij de gaafste speurtochten uitzette en zo goed kon knutselen. En een voorstelling kan heel wel geslaagd zijn omdat ie je meesleepte, omdat ie je boos maakte, omdat je er anderhalf uur over hebt nagepraat of omdat het zo leuk was om door de zaal te mogen rennen.

 

Copyright foto's: Moon Saris (naamsvermelding verplicht!)

mei 23, 2011
By on 09:19
Ilay den Boer kantelt de wereld weer

Een jaar of zeven, acht is ze, het meisje dat antwoordt op Ilay den Boers vraag ‘Zou jij gaan?’ Het is midden in de voorstelling ‘Zoek het lekker zelf uit’ en tussen de gezellig klets en kinderspelletjes door heeft Ilay het verhaal verteld van zijn opa. Die is als jongetje met zijn ouders van Duitsland naar Israël gevlucht, gaf als jongvolwassene een tijdlang les in Frankrijk en ging op verzoek van zijn ouders terug naar de – inmiddels – staat Israël om die te verdedigen tegen weer een nieuwe bedreiging van de Joden. ‘Als hij niet zou gaan, was het misschien voor niks wat hij die kindjes allemaal leerde over dat land, de taal enzo.’ Bam.

De grote mensen in het publiek zijn ontzettend betrokken bij wat Ilay ze allemaal voorschotelt en ze schromen niet om op al zijn vragen antwoord te geven. Wie is je held, ben je wel eens uitgescholden; geen punt. Maar op deze enorme gewetensvraag – moet een pacifist gaan vechten voor de goede zaak? – blijven ze met een ‘weet niet’ het antwoord schuldig. Alleen dat kleine meisje, dat durft over deze heikele kwestie een mening te hebben en pakt zo maar even de kern van de overweging beet.

En toch vragen volwassenen zich af of ‘Zoek het lekker zelf uit’ wel geschikt is voor kinderen. Het Joods-Palestijnse conflict, jongens, dat gaat kindjes toch echt boven hun kop. Ja, misschien, maar de belevenissen van een opa en een kleinzoon die over hem vertelt gaat dat niet. En de kinderen hoeven heus niet alles te begrijpen; ze hoeven niet te weten wat een woord als ‘gruwelen’ betekent om te beseffen dat hier, vandaag, in deze voorstelling vooral van ze wordt gevraagd altijd zelf na te blijven denken. Om niet alleen van binnen naar buiten, maar ook van buiten naar binnen te kijken. Wat er ook gebeurt, hoe betrokken je er ook bij bent, hoe overweldigd je ook bent door emoties.

Want dat is typisch Ilay den Boer: hij sleept je als een ware volksmenner mee in zijn misschien wel gevaarlijk gedachtepatroon. Hij hitst je op, stuurt je als een groot dirigent een bepaalde kant op, overtuigt je van zijn gelijk, maakt dat je gelooft dat wat hij vertelt de waarheid en niets dan de waarheid is. En draait dan de boel faliekant om. Want hij wil je helemaal niet overtuigen van een bepaalde mening, hij wil je helemaal niet een bepaalde kant op duwen. Hij wil juist dat je iets van alle kanten bekijkt. Dat hij zegt: ‘In Het Beloofde Feest belicht ik de kwestie vanuit alle perspectieven’ betekent niet dat je alle zes delen moet hebben gezien om verschillende perspectieven te hebben gezien. Ieder deel op zich is een uitnodiging zo naar de wereld te kijken. Want een opa kan een held zijn in de ogen van de commandant omdat ie een granaat in een tank gooide, in de ogen van Israël omdat hij honderden kinderen hielp met hun oorlogstrauma’s en in de ogen van zijn kleinzoon omdat hij de gaafste speurtochten uitzette en zo goed kon knutselen. En een voorstelling kan heel wel geslaagd zijn omdat ie je meesleepte, omdat ie je boos maakte, omdat je er anderhalf uur over hebt nagepraat of omdat het zo leuk was om door de zaal te mogen rennen.


By on 08:19
Out: bloggen In: Twitter

Bloggen is leuk. Maar het kost veel tijd. Ik moet nodig een paar uurtjes zoeken om m'n blog up-to-date te maken. Weet ik. Sorry. Drukdruk.
Plus: ik communiceer tegenwoordig in 140 tekens. Het stukje hierboven is exact zo groot. Past precies in een tweet. Yep ik Twitter. Ik ook al. En volgens de normen ben ik een echte, want ik heb een profiel, ik heb (zeer ruim) tien tweets, ik heb meer dan tien volgers en ik volg ook meer dan tien mensen.
Hoelang het leuk blijft, is de vraag. Maar het is zo handig. FF goed nadenken, zinnetje schrijven, updaten en iedereen is weer op de hoogte van wat ik kook, zie, ervaar, vind enzovoort.
Dus als je me hier mist: op Twitter heet ik Cursiefjes. Eerbetoon aan de grote Carmiggelt in wiens schaduw ik lang niet kan staan. Gebruikte ook altijd meer dan 140 tekens. Dat te mijner verdediging. Tot daar! En hier ga ik in de loop van deze of volgende week ook weer eens wat opzetten. Tot dan!

april 4, 2011
By on 14:31